Open Podium

Subscribe

Afscheid (2)

15 November, 2008 Door: Vanes Rubriek: Poëzie

De mist scheurt in flarden,
hangt in sluiers over het land.
Jij staat achter mij en wordt
een herinnering die vervaagt
door het grijze gordijn.

Terwijl ik jou daar achterlaat
keert de rust terug, het vuur,
de strijd, de waanzin, de liefde,
ze dempen als het gerommel
van het onweer op een late
zomeravond…

Ierietaasie

14 November, 2008 Door: Puddingh Rubriek: Poëzie

ierietaasie is een blikkie
is een bolstaand blikken blikkie
is een sinas, is een seven up
een vuurrood cola blikkie
is macdonalds dück en mikki
maus in de efteling
nikki lauda in een stau
op de nürnburgring

in een ferrari-rood blikkie
dus niet schudden
nu niet schudden
nee nooit schudden a.u.b.
ierietaasie is een blikkie
(uit een siks-pek voor een prikkie)
is een bruisend, is een schuimend
is een spuitend cola blikkie

alles nat, alles plakt
knijp het fijn, stamp het plat
stamp het plat onder je schoenen
drink het leeg, pis het uit
vries het in, stuur het op
naar het lab, laat het analyseren
door mevrouwen, mijnheren
in witte kleren

Storm

10 November, 2008 Door: thegrandwazoo Rubriek: Column, Proza

Ik ben nat omdat het buiten regent. De kamer ziet blauw van de sigarettenrook. Blijkbaar hebben werkers hier gepauzeerd tijdens het renoveren van de overloop. M’n huisgenoten waren allemaal al vertrokken. Iemand had nog een briefje op mijn deur geplakt, met daarop de vraag wat er met mijn spullen moet gebeuren. Gelukkig heeft niemand zich daar verder om bekommerd, want zover ik kon inschatten stond alles nog in mijn kamer. De flinke stapel post, die tijdens mijn afwezigheid in opdracht van de huisbaas werd bewaard, ligt netjes met elastiek bij elkaar gebonden op het bureau. Ik til het pakketje op en check vluchtig of er iets belangrijks tussen zit. Behalve wat incassobrieven lijkt niemand daadwerkelijk in mij geïnteresseerd. Veel reclame, giroafschriften en een verkeerd bezorgde vakantiekaart. Ik stop de incassobrieven in mijn jaszak en ga op de rand van het bed zitten. Het beddengoed ligt nog slordig opengeslagen. Precies zoals ik het die bewuste middag had achtergelaten. Ik pak het kussen en ruik er voorzichtig aan. Een muffige geur herinnert me aan de ongezonde dagen die ik hier gesleten heb. Ik probeer de jaren van mijn verblijf te tellen, maar moet telkens opnieuw beginnen. De tijd heeft hier voorgoed stilgestaan. Omdat ik me niet thuis voel, besluit ik de kamer weer te verlaten.

 De spullen mogen worden weggegooid ; ik hecht niet meer aan de sporen van wat ooit is geweest. De archeoloog van mijn eigen rotzooi, die ik zorgvuldig heb opgebouwd in de afgelopen jaren, is definitief gestopt met graven. Weg met de overpeinzingen, het schuldgevoel. Ik sta op, loop naar de kamerdeur en kijk niet meer om. De trap naar beneden, naar de voordeur, lijkt langer dan normaal. Ik twijfel nog even, zucht dan eens diep en tel rustig tot drie. Één voor wat achter mij ligt, twee voor de toekomst, drie voor de angsten wat dit met zich meebrengt en go, go, go! Elke trede die ik afdaal naar het zonlicht, kraakt onheilspellend onder mijn voeten. Beneden vliegt de deur open. Ik schrik en sta even stil. De werkers zijn inmiddels weer terug van hun lunch-break. Ze schreeuwen, bulderen van het lachen, boeren en kennen geen schaamte. Ze groeten mij niet eens, lopen langs me de trap weer op naar de overloop. Ik weet niet eens wat ze precies komen doen. Mijn huisbaas heb ik al in geen maanden meer gesproken. Het mag een wonder heten dat hij mijn spullen nog niet aan de straat heeft gezet tijdens mijn afwezigheid. Iemand zal de rotzooi wel weer voor me hebben opgelost. Ik ril bij de gedachte dat ik alweer niks alleen kan. De afhankelijkheid werkt verslavend en tegelijkertijd beklemmend. Vooral omdat ik zoveel dank verschuldigd ben aan diegenen die mijn leven weer op orde proberen te brengen. Maar ik kan ze niet danken; ik haat ze. Ik houd me stevig aan de leuning van de trap vast als ik heel voorzichtig naar beneden loop. Mijn kop zit nog vol medicijnen en mijn evenwicht is niet al te best.

De laatste tree voelt als een verlossing en wanneer ik de deur open zwaai, het licht weer in mijn armen sluit en als ik de eerste smerige uitlaatgassen van het opeengestapelde autoverkeer ruik, voel ik me zowaar gelukkig. ‘Niet te snel, Tim. Probeer eerst eens een aantal stappen voorruit te komen,’ bedenk ik me. De duizeligheid verdwijnt langzaam. Het huis waar ik zo-even was, ligt aan een druk kruispunt. Ik zie de stoplichten wel, maar de kleuren niet. Groen, oranje, rood, niets van dit al kan ik waarnemen. Ik ben vreselijk bang om over te steken. Er wordt luid getoeterd. Mensen kijken me lachend na. Ik waag het erop, steek de straat over en hijgend van de inspanning ga ik zitten op de stoeprand.

 

Ik graaf een groot kanaal op het Scheveningse strand. Vanaf de zee naar de duinen. Ik denk dat kinderen in Afrika nu voldoende water krijgen. De hele middag ben ik niet in zee geweest. Zeker tien keer heeft mijn moeder gevraagd of alles in orde was. Ze begrijpt maar niet dat ik me de hele dag heb kunnen vermaken met enkel een schep en emmer. Het water komt steeds dichterbij. Nog een paar minuten en het water zal door het grote kanaal naar de andere kant van het strand stromen, richting de afvoerputjes, linea directa naar Afrika. Een man met een witte hoed en veel te lange zwembroek neemt mijn werkzaamheden, vanaf zijn drijvende rubber bootje in zee, waar.  Hij komt naar me toe gevaren, stapt met zijn plompe voeten uit de boot en spettert flink veel water in mijn gezicht. Zonder zich daarvoor te excuseren vraagt de man in een zwaar Amsterdams accent wat ik aan het doen ben. Ik leg uit dat ik voor het eind van de middag de kinderen in Afrika van water wil voorzien. De man lacht. Eerst vriendelijk, daarna heel gemeen. Hij legt me uit dat zoiets natuurlijk helemaal niet kan en duwt z’n smerige hand in mijn gezicht, waardoor ik midden in mijn net gegraven kanaaltje val.

 

De mensen op straat stinken. Thuis slaan ze vast hun kinderen of vrouwen. Ze schreeuwen allemaal door elkaar. Vulgaire groeten worden uitgewisseld; een kind valt hard op haar knietjes. Het arme wicht huilt hartverscheurend, maar het blijft liggen waar het viel. Met stevige passen probeer ik me een weg te banen naar het treinstation. Daar zal ik proberen een reis te boeken naar zee. Ik wil midden in de nacht alleen het ruisen van de zee horen. Af en toe het geronk van een motorboot, maar verder helemaal niets. De golvende stilte van een verlaten strand. De geur van zout en verse vis. Hier op straat ruikt het naar wiet en shoarma. Bedorven zielen proberen onder toeziend oog van het winkelend publiek elkaar de kop in te slaan en in het café is iedereen verzopen en bezopen. Of ze zitten buiten in hun betonnen tuintjes en kijken kwaad en ontevreden. Het liefste zou ik één voor één hun koppen willen inslaan. Ik wil met een soldeerbout brandplekken aanbrengen op hun lompe lichamen. Doodschoppen, fileren, met hun bloed de muren beschilderen. Ik zal om niemand een traan meer laten. Ook niet om diegenen die mij helpen, telkens weer. Het heeft geen enkele zin, niemand wordt er beter van. Maar altijd krijg ik weer een arm om mijn schouder of een brief met lieve woorden. Ik wil het niet meer! Ze kunnen allemaal dood vallen. Ze stoppen me uiteindelijk in het ziekenhuis, achter slot en grendel. Met verschillende kleuren pillen in mijn mik moet ik slapen van de dokter. Alleen maar slapen. Ik mag niet meer denken. Nooit meer denken. Het station ligt niet ver meer van dit verderf vandaan, maar ik krijg het steeds meer benauwd. Toch wil ik naar zee. De wilskracht is sterker dan mijn lichaam. Ik sleep me voort.

 

De badmeester is woedend. Kan ik dan helemaal niets horen onder water, luidt zijn retorische vraag. Ik kan simpelweg de ringen niet opduiken. Alle andere kinderen wel; zij staan al zeker tien minuten aan de kant. Ik voel een koude haak onder mijn buik. De badmeester takelt me omhoog en zet me op de kant bij de rest. Ze krijgen allemaal vrijaf. Één voor één springen ze het grote bad in waar ik nog niet in mag komen. Ik moet de ringen opduiken. De badmeester schopt me het water in. Een flinke pijn schiet door mijn rug, maar ik zal niet huilen. Ik mag niet huilen. Nooit meer huilen. Na twintig minuten geeft de badmeester het op. Nadat ik me heb afgedroogd en aangekleed, wacht ik buiten met natte haren op mama. Ze vraagt hoe het ging. Ik lieg en zeg dat ik vandaag een compliment heb gekregen van de badmeester. Zij gelooft me niet. Hij heeft al naar huis gebeld.

 

Hoe ik in de trein gekomen ben, weet ik niet. Zeker een uur is er uit mijn geheugen gewist. Ik check meteen mijn zakken of ik wel een kaartje heb gekocht. Het blijkt in orde te zijn. Er zit niemand anders in de trein. Het is dan ook al erg laat. Buiten is het pikkedonker, zodat geen enkel landschap me kan ontroeren. Neutraal zwart is wat ik zie, met hier en daar een kleine lichtflits. Ik voel me rustig en op m’n gemak. De dag dat ze me zijn komen halen terwijl ik nog lag te slapen, was precies zo’n dag. Alles was zwart, rustig en neutraal. Met veel geweld werd mijn deur opengerukt door een politieagent en een verpleger. Buiten stond de ambulance met gillende sirenes klaar. Om me heen was alles netjes in orde, maar op de gang lagen knuffels. Beren, olifantjes, honden, katten. Allemaal opgesneden en met ketchup besmeurd. Ik kreeg niet eens de gelegenheid om me te douchen, moest meteen meekomen naar het ziekenhuis. Wat is er daarna met mijn knuffels gebeurd? Ik zou het waarlijk niet weten. De mobiele telefoon brandt in mijn zak, maar ik zal niemand meer bellen. Wie is precies de schuldige van dit alles? Er valt niemand aan te wijzen. Het is een samenzwering van mensen die mij liefhebben. Maar waarom zouden ze mij liefhebben als ik zelf te laks ben om daadwerkelijk mijn leven te veranderen?

 De trein stopt enkele meters voor de duinen. Op de tast glijd ik de duin af richting het grondoppervlak. Het zand voelt enorm koud aan mijn billen. Heel even huiver ik. De zee klinkt ruiger dan ooit. De zee fluit, sist, kolkt en beeft. Het strand is verlaten. Enkel en alleen een schepje steekt eenzaam en verlaten in het zand. Ik raap het op en maak een klein kanaaltje richting de duinen. Straks, als het vloed is, hebben de kinderen in Afrika weer water. Het schepje steek ik in mijn jaszak. Ik beweeg me langzaam naar de zee, sluit mijn ogen en snuif de geur van zoutwater diep op. Kinderen schreeuwen in mijn hoofd ; pas gevonden schelpen worden door vader terug in zee geworpen. De kinderen willen ijs. Een haring ligt met uitjes in een viskar te rotten. Dan voelen mijn voeten nat. Ik sta in het koude water. Het water kruipt omhoog richting mijn kruis. Nog steeds het geluid van schreeuwende kinderen in mijn kop. Ik moet ringen opduiken; een steek in mijn rug. Mama komt me zo ophalen en dan is vast alles weer goed. Mijn borst voelt koud; het zeewater staat tot mijn nek. Ik zucht eens diep en loop een meter verder. Het geschreeuw komt dichterbij. En dan de rust. En de rust. En…

Liggende figuur (blister en penseel op wit tekenpapier)

3 November, 2008 Door: Beli Rubriek: Beeldende kunst

Wardenclyffe

24 October, 2008 Door: H.S.P. Bitter Rubriek: Poëzie

Het gruwzame gedrocht is klaar. Het grijnst.
Een kleine vinger wijst naar God en trekt
hem stralend aan de baard. De bliksem volgt.

Van bergketen tot wereldstad druipt licht
over de silhouetten van de stervelingen.
Ik sleur de regenboog de ether uit en laat
hem draken zaaien in de monden van rivieren.

Uitspansel antwoordt in de zoete taal
van toekomst, slurpt mijn woorden op,
laat ze uit stormwolken op aarde vallen,
in spreekverboden kil te pletter slaan.

Voordat de hogepriesters nog begrijpen
dat er geen uitleg komt, vallen zij aan.
De hamer glipt. Mijn handen zijn kapot.

Life-Changing Event

9 October, 2008 Door: ijffdrie Rubriek: Proza

Since my life has been a series of minor events changing me in minor ways, I couldn’t
choose any of them, since you obviously requested a big event. So I had to come up
with something original. First, I wanted to write about my birth, but apparently,
someone beat me too it, so I thought and thought, and still couldn’t think of a
life-changing event. But then it hit me: What if I write about a life-changing event that
hasn’t happened yet: My Death.
I always imagined my death as something that, by that age and mental state, I would
look forward too as you can look forward to sleeping. A time where you wouldn’t care
who was around you, because you could only see yourself, and what you had achieved.
A time of perfect harmony, because there can’t be unrest with only one. A death
without a single thought.
But of course, there is always the other possibility. A violent restless death, like
drowning in lava, or falling off a cliff. If this were to happen my last moments would feel
free and alive, instead of the imprisoning harmony of a peaceful death. But on the other
side, there would be the pain of such a death.
Now that I think about it for a longer time, I would like something in the middle, a death
that would keep me alive until the very last second, but where that last second isn’t one
of agony. And most importantly; A death that is far away.

I hope you enjoyed this story, even though it was different from what you are used to.

Wat is er mis met de mensheid

8 October, 2008 Door: ijffdrie Rubriek: Proza

(Geschreven door IJffdrie toen hij 12 jaar was)

Wie had ooit gedacht dat ik nog eens een soort van dagboek zou bijhouden? Ik zelf niet.

Goed, het zijn meer wat gedachtenkronkels op de open bladzijden van mijn schoolagenda, omdat daar toch nooit iemand in kijkt, maar evengoed!

Op die bladzijden staan mijn gedachten, mijn ideeën. Tussen de stickers staan plannen, theorieën. Niet van het soort dat iedereen maakt, over liefde en mode, ik ben niet het type dat zich daar mee bezighoudt. Dit zijn denk dingen, wetenschapsdingen die ik maak als ik me verveel. Ze vertellen verhalen zoals dat de mens niet meer evolueert, maar devalueert, door zijn zogenaamd “sociale” gedrag. Andere vertellen dat sneller dan het licht gaan mogelijk is, maar even snel niet. En zo gaat het maar voort. Als iemand ze ziet lacht hij en vertelt me dat ik mijn tijd verdoe. Ze tekenen mijn schriften vol en als het kan verscheuren ze de bladen. Vele ideeën, plannen om de mensheid te redden, de ideale politiek, zijn zo al verloren gegaan, omdat de mensen ze zien als gedachtenkronkels op de open bladzijden van mijn schoolagenda, zonder de gave om de diepere betekenis te zien. Zo leven zij, de mensen, slaven van hun eigen regels. Alles vernietigend om hun eigen comfort te redden. Ze kunnen niet objectief denken. Het ergst zijn de “goede” leiders, de politici. Zij verkiezen vrijheid boven gezondheid, vrede en logica. Zij bedriegen iedereen, ook zichzelf, denkend aan een betere wereld. Maar als zij, de mensen niet beginnen met denken, zullen zij allemaal uitsterven als de dinosauriërs: massaal, met slechts enkele overlevenden, die zich verstoppen in een diep meer. Alleen ik zie de waarheid, omdat ik aan het geheel denk. Ik houd niets voor mijzelf verborgen, in tegenstelling tot zij, de verdoemden. Maar ook zij gaan steeds beter denken; ze richten partijen op om de wereld te redden. Maar ook zij, die zichzelf zien als beschermers van de wereld zijn niet verlicht. Want zij denken alleen aan hun eigen ideeën, alle andere ideeën uitbannend. Ze verdelen zich in links en rechts, ook al is er weinig verschil. Zij bannen alle extreme ideeën uit, de ideeën die de mensheid zo hard nodig heeft. Maar ook niet al die extreme ideeën zijn goed. Sterker nog, geen van alle is verlicht. De meesten denken in goed en kwaad, de klassieke tweedeling. Zoals de bekendste groepering; de nazi’s, zij beschouwen het edele ras, naïef als zij zijn natuurlijk zichzelf, als het goede ras en de onzuiveren, de joden, de kreupelen, de homo’s, kortom iedereen die een beetje anders is als slecht. Maar op één punt hebben alle extreme groeperingen gelijk; er moet iets veranderen.

Bijna iedereen wil het doel van het leven weten, of hij beweert dat hij of zij het al weet. Maar waarom zou er een doen zijn, waarom zouden zij niet gewoon zijn wat zij zijn, dat is omdat ze niet in zichzelf geloven en daarom maar een god nemen, een meestal ook een duivel. Ook dit is weer zo’n typisch voorbeeld van de klassieke tweedeling; een grote goede macht en een grote slechte macht en natuurlijk is de goede macht altijd iets machtiger, het goede moet altijd overwinnen, toch. Maar dit is niet zo, waarom zou er goed en kwaad zijn, waarom zou er meer zijn dan wat wij mensen kunnen zien. Omdat mensen niet willen dat hun levens eindig zijn, omdat ze niet willen dat er grenzen zijn, omdat ze niet in zichzelf geloven, ook niet in de mensheid, maar waar zij wel in geloven is, dat er toch wel iets meer moet zijn dan zij. Ze geloven niet dat zij in het oneindige universum niet meer zijn dan een mier in de mierenhoop, een druppel in een oceaan, een ster aan de hemel, zij willen dat het leven meer betekent dan dat.

Zij moeten beginnen bij het begin; de planeet, als de mensen zo nodig eeuwig willen blijven voortleven, zullen ze wel moeten zorgen dat de plek waar ze wonen geschikt is om te wonen.

Zij moeten de Aarde schoon houden; de auto’s moeten verdwijnen, miljarden mensen trouwens ook. Dan kunnen we onze energie opwekken zonder vervuiling te veroorzaken en als we de overgebleven mensen allemaal bij elkaar laten wonen dan hebben de dieren ook nog genoeg ruimte. Dan moeten ze zorgen dat ze al de veroorzaakte vervuiling weg kunnen halen. Hier voor moeten ze nieuwe technologie ontwikkelen. En als ze willen dat er meer mensen komen, moeten ze zorgen dat ze op een andere planeet kunnen wonen, eentje zonder dieren en planten die kunnen uitsterven. Maar wel met voldoende voedingsstoffen. Ook moet er genoeg ruimte zijn om de mensen te kunnen houden, maar eerste moeten we zorgen dat onze eigen planeet het overleeft. En dit staat allemaal op de open bladen van mijn schoolagenda, beschreven in krabbels, krabbels die de kinderen verscheuren als ze de kans krijgen

vroege dood

2 October, 2008 Door: Beli Rubriek: Poëzie

bobbelige huid zwijgt
terwijl metaal in rechte lijn
haar ronde vorm doorsnijdt

glad en hard oranje
zonbeschenen landschap
van licht en schaduw
leeft nog even op

cirkels draaiend
onder mijn stille hand
sterft ze toch

(c)Beli

Grandma Moses - De ultieme laatbloeister

1 October, 2008 Door: Beli Rubriek: Uncategorized

De leeftijd waarop je begint je dromen waar te maken doet er niet toe, àls je ze maar begint waar te maken.
Ter illustratie een filmpje over Grandma Moses, die pas op late leeftijd, na het opvoeden van haar kinderen en toen haar man was overleden de penselen ter hand nam.
Aardig om te weten: als de arthritis haar het borduren niet belet had, was ze misschien nooit aan het schilderen toegekomen…
Grandma Moses is inmiddels overleden; zij werd 101 jaar oud en bleef tot het eind van haar leven productief. Haar werk hangt in aan aantal grote musea; zij is een belangrijke kunstenares in haar genre; de Amerikaanse Primitieve Schilderkunst.

art-trouvé…

24 September, 2008 Door: Beli Rubriek: De kunst betreffende, grafitti

Mocht ik een van jullie op Youtube tegenkomen, of iemand anders die ik waarderen kan of waarvan ik denk dat het leuk voor jullie is, dan neem ik in mijn rol van sitebeheerder de vrijheid om zo’n filmpje naar hier te slepen.
Jullie mogen natuurlijk ook filmpjes plaatsen: graag zelfs, maar dan wel van jullie zelf, want verschil mag er wezen. Het is gemakkelijk trouwens, ook zonder windows writer. Boven het tekstblok staan een aantal blokjes.
Klik het blokje code aan. Plak dan de zgn ‘embedded code’ van het youtubefilmpje op de gewenste plaats in de tekst.
Kijk voor de zekerheid even in de pre-view mode (zie de balk hiernaast, bovenaan ‘Preview this Post).
Vergeet de categorie en de sleutelwoorden (Tags) niet in te vullen en voila; fillempje!

Dit heb ik vandaag mee teruggebracht, hopelijk tot vermaak en ter inspiratie:

Banksy veroorzaakt revolutie in kunstwereld


Er worden steeds hogere bedragen betaald voor kunstwerken van de straat. De Britse artiest Banksy begon als rebel, maar is inmiddels volledig geaccepteerd door de culturele elite.

Zondagmiddag (Eeuwige Liefde)

16 September, 2008 Door: Vanes Rubriek: Poëzie

Jennifers Clowns

Ik raak haar aan, zij laat haar
lichaam los en keert terug
naar haar meisjestijd.

Met gesloten ogen denkt
ze aan clowns met rode neus:
glimlach om haar mond.

Zacht kus ik haar lippen en
zij laat haar dromen gaan waar
uit ik nooit ontwaak

 

voor AM

Angels of no mercy

27 July, 2008 Door: houtmannetje Rubriek: Beeldende kunst

They look sweet but sting like a bee

hoogte 220cm

Euvelhaard

26 July, 2008 Door: H.S.P. Bitter Rubriek: Poëzie

Euvelhaard

Dichtbij het vuur dagen de kwaadste
woorden, smaak tot euveldaad
lik ik wellustig van haar tong.

De drift tot doodslag zengt de heupen,
bloeddorst zuurt het zaad, de vingers
jeuken handgemeen, haar ruggegraat
buigt krakend onder boosgewicht.

Brandhout raakt op, de hitte krimpt
tot nagloei in de strot, geschroeide huid
dringt van mijn keelgat tot de rouwrand
van mijn ogen door, neusvleugelloos.

As van het kwaad blijft achter naast
de haard, in grondwit uitgebeten leest
mijn blik de kruitdamp van haar lijf.

Face

16 July, 2008 Door: houtmannetje Rubriek: Beeldende kunst

een object van multiplex, laat de lijntjes je lijden

Smeerwortel

1 July, 2008 Door: H.S.P. Bitter Rubriek: Poëzie

Smeerwortel

Voorover weggeworpen in de berm,
de achterkant doorhommeld en de bloem
laveloos openliggend in het zweet.

Zij moet haar wonden likken, kruipend
het vluchtgat vinden in de heg, nog ongewis
of er een knol groeit in het binnenhuis
die na bedenktijd uit haar voegen barst.

“Genees jezelf” zullen de grijsbereiders zeggen.
“Vind duizendblad en wijnruit, vijzel op,
maak misbaar, laat de bezembinder
tussen je benen wezenloos ontbranden.”

Ze heeft de top bereikt en neemt de paal
met touwen onder handen, schuift de knoop
over de kinnebak en hangt.

Even weg, podium voor jullie

1 July, 2008 Door: Beli Rubriek: Poëzie

Natuurlijk zit ik het liefst dicht bij jullie, maar toch ga ik er even een paar weken tussenuit…

Het podium is voor jullie en even voor jullie alleen :-)

Allemaal een hartelijke groet, succes met wat je doet en stralend weer gewenst.

Lilian (Beli)

Snel nog even een wat ouder, maar zomers gedichtje, om mijn eigen plekje hier warm te houden:

tramlijn

een vrouw draagt de vroege morgen
in gouden zonlicht en met
haar borsten in de handen
de zwaartekracht trotserend
rent ze en vecht zich door het leven
op spitse punten naar een deur
die sissend openspringt
waarop een man genageld
aan de instaptree
het hoofd bij lange na niet helder nog
verstrikt raakt in zijn eigen vragen
hoe vlees en vrouw
zo los omspannen
toch bijeen gehouden blijven
en hoe die smalle hoge hakken
het hele drama kunnen dragen

(c)Beli

Sonnet

29 June, 2008 Door: houtmannetje Rubriek: Poëzie, Uncategorized

Een paar jaar geleden heb ik ooit een sonet van een toenmalige vriend als flashfilmpje op het internet gezet

en aangezien ik hier nogal veel schrijvend talent (amateur of kunstenaar? zonder talent ben je nergens)

en ik dacht, ach ik zal dat sonnet hier eens posten want het is zeker de moeite waard

Titel : 13

Zonder jou ooit te hebben ontmoet, wist ik al van jouw bestaan
Ergens moest jij zijn, als een wetmatigheid zo voelde dat aan
Er moest immers iets zijn waarin alles wat fataal is,
zich samenbalt en zich niet laat betichten
Maar waarin het geduldig wacht om dan,
als de zweer eenmaal ettert,
het beulswerk te verrichten

Oh jou niet te ontmoeten werd zo n ultiem verlangen, jij vrouwste vrouw
Dat dit verlangen zich tegen me keerde en ik op zoek ging naar jou
Fataal! Daar was je; duidelijk jouw vizier (jij jager) op mij gericht
Pas tevreden zou je zijn wanneer mijn hart voor altijd zou zijn ontwricht

Gerafineerd ging je te werk en ik, de lamme idioot
Liet zich slachten en zei dat ie ervan genoot
(hanteerde ik zelf het mes?)

Als een trotse triomfator keerde jij terug van het strijdtoneel
Wat kon ik nog? Een diepe wond daar waar eens mijn hart zat, was mijn deel
Ik weet; dolend zal ik zijn en nimmer meer vind ik nog de rust
Want jij hebt jou in mij geademd, immers jij hebt mij gekust

geschreven door T van den Broek

het flashfilmpje is hier te bekijken

http://houtmannetje.nl/broek2.swf

Hoi Beel

27 June, 2008 Door: Mercedes Rubriek: Poëzie

Weet je dat je als je belikunst aantypt op je bio bij Ncrv dichttalent, dat (in mijn geval) er een waarschuwing wordt gegeven > pagina verlopen??!!!

Kon alleen nog via google naar je website komen

Mocht je nog interesse hebben mijn gedicht “Moet je niet doen joh!” te plaatsen op je website, kijk dan nog even op DT, heb de indeling van strofes enigzins veranderd. Liefs en ik wens je alvast een fantastische vacantie.. groetjes Mercedes (Tineke)

de bron

19 June, 2008 Door: Beli Rubriek: Poëzie

miljoenen verdringen zich
zie de goden
hun enkele reis brengt ons
naar een plek zonder sterren
waar het weten niet telt
naar de roze planeet

te zijner tijd werpen ze
zich te pletter
op haar zachte lijf
ontglippen het zijn
of herscheppen zich
er is geen weg terug

en in een stille kamer
onverlicht en telkens weer
ontstaat uit een van hen
de mens nog zonder zucht
en reeds een vat vol vragen

(c) Beli

Purmerend harmonicajam

12 June, 2008 Door: Beli Rubriek: podium in beeld

Ik bedoel maar zo; het geplaatste hoeft niet perfect te zijn, als de intentie maar deugt ;-)