.
het espenblad trilt
het is van de wind die zilt
aanwaait vanuit zee
de gezalfde bidt
totdat de storm gaat liggen
en het braambos brandt
en wij zien het aan
van ver was het gekomen
een zucht werd orkaan
,
.
hij rolt melancholie in z’n shag
en gezichten die in de tijd gevangen zitten
ontsnappen met de rook
weemoed vult z’n glas
en een schaduw uit het verleden
spreekt dezelfde taal van toen
er nog niets veranderd was
hij valt in slaap en droomt
dat hij de tango danst en niet meer wakker wordt
gevangen in verlangen
.
opnieuw bezie ik mijn ruimte:
oogkassen zonder blik
neusvleugels zonder vlucht
tongen zonder geur
klanken zonder kleur
immer aanloeiende vormen
in een onvertaalde storm
en ik fluister een vreemd gerucht
uit een adem zonder zucht
opnieuw beluister ik
in verborgen kasten
de gestolde beelden
in vergeelde verhalen
die blijvend eender zijn
door de ogen
van lege sleutelgaten
en ik verlam de stormen
op langgeruimde schappen
opnieuw nader ik mijzelf
en ik noteer:
mijzelf:
wand
stilleven (blauwe vaas met rozen)
open venster
snuivende rozen
slagzijmakende storm
blauwe scherven
blauwe lucht
ik ruik de vlucht
in wolken, roze wolken
maar dat is achter mijn rug
Hilversum drie bestond toen al
en de bouwvakkers werkten zich nog uit de bilnaad
intussen fluitend naar de meisjes
die heerlijk likten aan een ijsje
hoog op de steiger het hoogste lied
van de lijmers en de sijsjes
het was wel een vrolijk wijsje
anders zongen ze het niet
tientallen decaden later fluiten de meiden
kontjes kijken ze en likken zich daarbij de lippen
chicks zijn ze gaan heten of wijven
en jongens noemen ze een lekker ding
lekker is een vingerlang
is een lied dat ze nu zingen
vaders schreven dat lang geleden al op het behang
.
| ik zou niet weten waarom ik schrijven zou heb ik John, heb ik niet ooit geschreven, vraag ik hem, ik weet hem soms nog mijn man, als hij me kan vinden en ik mezelf en mijn bril mijn hele ik en dan de rest ervan kijkt naar hem op en vraagt even of ik het ware thuis weet ik niet waarom mijn chaos niet vertrouwd, ineens onvast geworden is en dan vouw ik me de hemel, lieve John, ik weet je weer, is een diep kasteel op zand gebouwd het is negen uur en het ronde hoekt, breng me naar bed John drapeer de zee, drapeer de zee |
|
| Ploos | 5 augustus 2010 | |
http://www.dichttalent.nl/?nav=orthKsHrGmKhLkBgE&gedsel=kfjxlDsHrGmKhLAmiaBriaBDKLiK