Brytwudu (Navigatio 5)
Berichten komen niet meer uit het woud,
duiken koudbloedig onder in moerassen
en gaan met wilde paarden op de loop.
Tegen de dagzoom, met het bleke licht
hebben mijn woorden zich opzij gerold
en, proevend van hun nieuwe achtergrond,
de tong al langs de tanden laten gaan.
Mijn voeten sluipen, mijden harde wegen
en laten mijlstenen in nevelflarden
vergeten wie hun meesters zijn geweest.
Een nieuwe volkstaal zwerft al door de bossen.
Naakt en berooid vlecht ik mijn bladerschorten
tot daken voor de hutten waar wij zingen
en de verhalen dromen die de wind ons leest.
Aleani Ostia (Navigatio 4)
Langs korsten kust sleurt altijd uit het westen
eendere stormwind leeg en hunkerend,
nog nooit door iemand in zijn mond gevangen.
Weg naar de overzijde, waar mijn naam
moeiteloos in zijn tongval om mijn moeder roept,
haar kinderen vergadert in het moerbeidal,
in de olijvenboomgaard onder avondlicht.
Hoog op de rotsen, bij het kromgetrokken hout
met ingedroogde vruchten aan zijn armen
is er geen bloedverwant in stembereik,
blijven de witte watervogels onverstaanbaar.
Mijn haren en mijn baard zijn aangegroeid:
een bard die zich in bossen wil verschuilen
maar over kaalgewaaide akkers dwaalt.
Calleva Atrebatum (Navigatio 3)
Niemand is hem vergeten, hoe de markt
nog heet, maar monden die hem elke dag
weer proeven, kauwen vreemde medeklinkers.
Het witgezwete leer knelt om mijn borst,
een stompe speer dient mij als wandelstok.
De bakker die ik brood vraag, dreigt mij met een pan;
geen waterdrager of mijn vragen maakt hem kwaad.
Gebaard als zij gebruik ik mijn gebaren
in afgekloven streektaal, kauw mijn vlees
en vloek de keizer die zij niet meer kennen.
Een legioen ontbreekt het aan sandalen.
De honderdman heeft nog geen hond herkend
als zij hem koppensneller schelden en verjagen.
Alleen mijn munten zijn nog niet ontwaard.
Vindomora (Navigatio 2)
Sporen met stenen ingelegd verzwaren
na duizend jaar het landschap nog altijd;
een wandelaar hoort vele voeten schuiven.
IJzer en leer zijn geurloos, hout en brons
nu onnaspeurbaar, slechts de marsbevelen
en soldatenvloeken komen uit de grond
voor wie zich toelegt op het lange gras.
Een voetstap die vergeten wordt, kan nooit
meer worden uitgewist of uitgespoeld
en is onsterfelijk zo lang de ploeg
alleen in omtrekken beweegt.
Wie weet wanneer de laatste, dodelijk
vermoeide man zijn helm af wierp, tegen
een stam leunde terwijl de bomen hoorbaar ruisten?
Vindolanda (Navigatio 1)
De wolken hangen leeg over de daken.
De witte velden liggen uitgestrekt
niets liever dan een niemandsland te zijn.
Geen marsbevel breidt leegte verder uit
dan horizon en ouderdom, de sporen
van het voetvolk en de trotse ruiterij
zijn in geen schimmenrijk meer zichtbaar.
Eeuwenlang wachtlopen in ochtendmist
en in de avondnevel steeds met minder zijn
dan gisteren, totdat de laatste man
vergeefs hoort naar zijn eigen rechtsomkeert.
Wie weet hoe lang hij op de uitkijk stond
en aflossing noch aanval meer kon duchten
toen hij de poorten zonder ophef open liet.