-
ik tel,
een, twee, drie,
stoeptegel
hallo buuf
ja, ook goeiemiddag
opnieuw
ik tel,
een, twee drie
tot de brug
een vliegje in mijn oog
ik moet terug
ik tel,
een, twee, drie
stoeptegels liggen dwars
ik struikel over vier
vijf hechtingen
in mijn knie
ik tel,
een, twee, drie
pillen heel secuur
het moet
zegt mijn natuur
-
-
.
water, kinderen worden erin gedoopt
sommige gelovigen lopen er mee te koop
dat ze erop kunnen lopen
dat kan ik ook
als het een paar nachten gevroren heeft
water verandert in wijn
en wijn in azijn
in een sprookje
komt limonade uit de kraan
wie eeuwig leven wil
zal eerst dood moeten gaan
hier ontwaakt de jonge vrouw
tussen stof van gisteren
en een minnaar met zijn voet tussen de deur
lichaamstaal raakt verward in het laken
ze lacht, de nacht gelaten bij de maan
schampt de dag haar grijze ramen
gedachten verbergt ze tussen lingerie
voor de naam die haar wil kennen
ze moet gaan, voorbij het oude vuur
moeder, Rotterdam is van verre zo licht
maar naderbij is het er donker de gordijnen
zijn dicht en al klinkt er een zeemanslied
vrolijker wordt het er niet
aan het einde van de werkdag als de poort
in de haven open mag op de Schiedamse dijk
waar arbeiders gelijk loon omzetten in troost
en drinkgelag is het goed zoals de dingen gaan
moeder, kom ik niet meer naar huis keer ik nooit
meer terug naar het gat van Maassluis
.
waarom moet er in godsnaam vrede zijn
snauwde de havik tegen de duif
ach zei de duif
met de feestdagen is het wel zo gezellig
ik heb het niet zo op die dagen
snotterde de kalkoen
meestal kost het me de kop
.