met stenen tafels
en organiseerde een picnic
wij braken het brood
aten zijn vlees
dronken het bloed
en dansten de Mambo
waarna de ellende begon
.
Kerstgedicht
de boom staat alweer
opgetuigd
en sterren flonkeren
vanachter vensterglas
we proosten
nog een keer
op liefde vrede en
verbondenheid
dat kan omdat de
oorlog elders woedt
en midden op de tafel
ligt onze trots
een zwaargewicht
genekt, geplukt
en tot de strot gevuld
met zaligheden
en daarna keurig
als we zijn
weer dichtgenaaid
wij zitten heel
gezellig bij elkaar
de rode wijn gaat
klinkend rond
ons jaarlijks offerdier
© Beli 2006
![]()
De vrouw staat aan de Amstel, moederrivier
van de stad. De lichtjes van de torens aan de
Omval staan in donker water op hun kop.
Er zoeft een haastige auto achter haar rug
voorbij. Uit ‘n woonboot kiert ‘n kier muziek.
Achter duizenden gevels van ZuiderAmstel
wachten in een oliebolse geur de glazen sap,
wijn, bier en zelfs champagne hier en daar
gespannen op de allerlaatste tellen van het
wijkend jaar.
Daar slaan de klokken al hun
slagen over de stad. Negen, tien, elf, twaalf.
En ineens, als een reuzenwekker, ratelt het
lawaai de straten door. Weerkaatst tegen de
huizen. Het bomt. Het dreunt en kreunt. Het
sssssist, ontploft en gilt. Het bonkt. Hotst en
schreeuwt. Trilt en botst. Het ramt en dramt
tegen de deuren. En het nestelt in de angstig
ademende bomen van de parken. Er klimt
een vogel schrikkend richting hoge sterren.
De vrouw hoort het angstig en moeizaam aan.
En ze denkt: dit is een leven als een oordeel.
Even is er ’n wakje
stilte in het lawijt, en hoort
ze achter een gesloten raam een kerstkindje dat
zich een nieuw leven, een nieuw jaar in schreit.
En ze denkt: dit is een leven als een oordeel.
Een fijne kerst. Een gelukkig 2010.
Precies zoals u het graag wilt zien.
Karel N.L. Grazell
Amsterdams stadsdichter uit Zuid
Amsterdams stadsdichter uit Zuid
het Museumkwartier vol kunsten
(eposje met jaren door elkare)
Hoog omringd door hoge namen in cartouches:
als van Bach, Lulli, Gounod en Röntgen,
spitsen honderdtallen grage oren zich.
Een man komt op met grijze manen 1948
toetst zich het concert voor
vleugel en orkest van Edvard Grieg.
Een landschap van klank
(en man en zaal ineens verdwenen,
de vleugel heengevlogen)
die smeltwater te drinken klinkt.
En later. Ik in de nacht, in de straat. 1897
in de nachtlege Van Baerlestraat
die een vermoeden suist van gaslicht.
Een man loopt in zwart, een hoge hoed,
z’n volle haren breed alsof een halo.
(‘Edvard Grieg, aldus m’n naam’).
Boven z’n hoofd een druppelend staartlicht 2009
dat bromt van kerosine.
Een koets draaft langs.
Koetsiertje met suiker op de bok. 1897
Binnenin een heer van zwart fluweel,
en zij van zijde in chamois.
De zinnen zijn elektrostatisch
bedaren niet,
ga mee ga je mee ga je met me mee,
bedaren niet.
Aan de overkant in avondlicht
(de jaren mengen in elkare,
uren, dagen, maanden schuiven zich ineen)
ziet de Sleuteldrager van Calais 1956
op het bordes van het museum,
terwijl in brons z’n angsten staan,
hoe de keizer Lucebert vergeefs 1953
om toegang vraagt en dan keert om
(‘maar intussen rust de visser’).
En Sweelinck (est-ce mars) 1621
speelt met goddlycke galm
de jail blues
van een bonkig conservatorium.
De straat ten einde houdt een schutting
de klinkers tegen in het Vondelpark te vallen,
waar J. Alberdingk Thijm z’n grijsheid wandelt.
Naar het gezicht van nummer 13
waarop Schoevers staat, steekt Grieg over,
en een dichter roodharig roodbaardig 1952
belt samen met hem aan
(‘ik heet Jan Oote Oote Boe Hanlo en ik
geef hier les in Engels: Oete Oete Boo’).
met vierletterwoorden om te oefenen,
uit een Schoeversboek voor typen en steno,
dicht ik études voor schrijfmachine’ 1951
verg munt
heer ment
bied buit
heer ment
Naar buiten door het venster
buitelen de noten. Binnen zitten
new look meisjes aan tafeltjes, geordend
als een kruiswoordpuzzel,
met elk een Remington schrijfmachine.
En toetsen, toetsen, toetsen, tikketoetsen.
Röntgen, Grieg en Hanlo kijken toe
en de meisjes tikken
en de heren knikken
en de meisjes tikken
tot het laatste vierletterwoord,
het slotakkoord:
EIND.
Amsterdam, 21 december 2000
Karel N.L. Grazell
Amsterdams stadsdichter uit Zuid