soms dan word je ‘s morgens wakker
je komt haast niet overeind
en je staart naar je ontbijtbord
hoopt dat je kater snel verdwijnt
en je vraagt je heel verwonderd af
waar moet het toch naar toe
je gaat het liefst weer slapen
je bent zo moe
soms dan word je ‘s morgens wakker
en dan loopt het uit de klauw
want je weet niet waar je bent
naast je ligt een vreemde vrouw
en je vraagt je heel verwonderd af
waar moet het toch naar toe
ga nou weg en laat me slapen
ik ben zo moe
je weet niet half hoe zwaar het is
om altijd moe te zijn
moe van vrouwen, moe van drank
en moe van al die gein
je weet niet half hoe bang ik ben
wanneer ik wakker word
en de muizen eten van mijn bord
als je ‘s avonds weer op stap gaat
langs de kroegen in de stad
langs je vrienden en vriendinnen
en je bent nog lang niet zat
is het feest al weer begonnen
en de drank verdrijft je angst
maar met heel je grote mond
ben jij het bangst
oh,met heel je grote mond
ben jij het bangst