.
het espenblad trilt
het is van de wind die zilt
aanwaait vanuit zee
de gezalfde bidt
totdat de storm gaat liggen
en het braambos brandt
en wij zien het aan
van ver was het gekomen
een zucht werd orkaan
,
.
hij rolt melancholie in z’n shag
en gezichten die in de tijd gevangen zitten
ontsnappen met de rook
weemoed vult z’n glas
en een schaduw uit het verleden
spreekt dezelfde taal van toen
er nog niets veranderd was
hij valt in slaap en droomt
dat hij de tango danst en niet meer wakker wordt
gevangen in verlangen
.
Hilversum drie bestond toen al
en de bouwvakkers werkten zich nog uit de bilnaad
intussen fluitend naar de meisjes
die heerlijk likten aan een ijsje
hoog op de steiger het hoogste lied
van de lijmers en de sijsjes
het was wel een vrolijk wijsje
anders zongen ze het niet
tientallen decaden later fluiten de meiden
kontjes kijken ze en likken zich daarbij de lippen
chicks zijn ze gaan heten of wijven
en jongens noemen ze een lekker ding
lekker is een vingerlang
is een lied dat ze nu zingen
vaders schreven dat lang geleden al op het behang
.
ze stapte naar binnen
met een filmpje zweet op haar huid
als een actrice
die een zware erotische scene had gedaan
en nu onderweg was naar huis
tersluiks voelde de man aan een mondhoek
of daar geen ongewenst vocht uit liep
en durfde haar niet meer aan te kijken
bang dat ze zou zien welke pornografische taferelen
in z’n hoofd afspeelden
ook op een tramlijn
kan begeerte toeslaan
.